Een hond dient altijd onderaan de rangorde van het gezin te staan. De hond kan niet denken zoals wij mensen dus in deze dienen wij de gedachte gang van de hond te volgen.
Dit betekent dat wij mensen super consequent moeten zijn, zoals zwart-wit, ja-nee, ga zomaar door. Het is zeer verstandig om als gezin afspraken te maken wat de hond wel of niet mag en dat een ieder zich daar ook aan houdt. Het maken van de afspraken is niet zo moeilijk, maar in de praktijk er zicht aan houden is een heel andere zaak.
Hier onder vindt u een lijst met huisregels om te zorgen dat u de baas blijft.
1. De hond mag niet op de bank of op bed.
Honden behoren de laagste positie van het gezin in te nemen. Dit is zowel figuurlijk als letterlijk bedoeld. Neem je de hond op schoot dan denkt deze dat hij een hogere positie heeft als de mens. Geef uw hond een mand of een kleed waar hij gezellig in of op kan liggen als hij bij u in de huiskamer is.
Mag de hond toch op de bank en het bed bedenk dan dat hij dat ook zal doen als hij vies is. De hond weet niet het verschil tussen wel of niet vies zijn.
2. De hond mag niet bedelen.
Als honden bedelen dan geven zij als het ware een commando aan u, waarin zij vragen om voedsel. Het is de bedoeling dat een hond op gezette tijden hondenvoer krijgt en geen mensen-eten. Wanneer u het bedelen toestaat zal de hond dit ook bij de visite doen, als hij dan te veel verwend wordt zal hij ziek worden en dan heeft u de problemen.
3. De hond mag niet trekken aan de lijn.
Als de hond aangelijnd mee gaat dan bepaalt u en niet de hond waar de wandeling heen gaat. Een goede hond behoort zijn baas altijd te volgen waar deze ook naar toe gaat. Ook al kent de hond de route die u volgt dan nog mag hij niet aan riem trekken, u bepaald het tempo. Als u oversteekt en de hond moet gaan zitten, dan moet dit zitten consequent gebeuren, ook al mist u hierdoor de bus of tram.
4. De hond mag bij sjorspelletjes nooit winnen.
Zowel u, als de honden vinden het leuk om samen een sjorspelletje te spelen. Wij mensen, vinden dit inderdaad spelen, maar honden meten hierdoor hun krachten ten opzichte van zijn baas en probeert hoger in de rangvolgorde te komen. Dat hoger in rang komen mag nooit gebeuren. Alle spelletjes worden door u gestopt, het laatste balletje wat u weggooit moet ook terug gebracht worden.
5. De hond moet een commando in een keer opvolgen.:
Er zijn honden die na 20 keer roepen nog niet komen met het gevolg dat de baas kwaad is en de hond straft. De hond zal de volgende keer nog slechter komen, omdat hij weet dat als hij komt, dat hij straf zal krijgen. In principe heeft de baas de hond aangeleerd om niet meteen te komen omdat deze het commando blijft herhalen. Dit geldt uiteraard ook voor andere commando’s zoals liggen zitten en blijf. Een keer zeggen, twee keer doen.
6. Laat nooit kinderen zonder toezicht bij een hond.
Kinderen communiceren anders met honden dan volwassenen. Zij gaan de hond ontdekken, trekken hem aan de oren, prikken naar de ogen en neus pakken zijn staart beet. Dit zijn allemaal dingen die een hond als een bedreiging ziet en als de hond dan bijt, dan is niet de hond, maar de eigenaar van hond en-of de eigenaar van het kind hieraan schuldig.
7. De hond mag niet tegen u opspringen.
Als een pup of een hond van een klein ras tegen u opspringt, is dit leuk en vertederend, maar als de pup is uitgegroeid tot een volwassen hond van boven de 40 kilo dan is het een onopgevoede vervelende rothond. Dat de hond het laagst in rang volgorde is, is al vaker aangemerkt. Laat de hond u begroeten op vier poten en als er geknuffeld mag worden, ga dan zelf door de knieën.
8. De hond mag niet achter passanten aanjagen.
Honfgn"jgbbgn allemaal een jacht en wegjaag instinkt en rennen daarom graag achter snel van hen verwijderende voorwerpen en mensen aan. Fietsers en trimmers zijn geweldig om als hond achter aan te rennen. Deze zijn hier meestal niet zo gecharmeerd van. Om dit te voorkomen kun je, je hond leren een bal te apporteren en met een brokje of een hondenkoekje te belonen als hij deze terugbrengt. Op een natuurlijke manier wordt dan de buit gedeeld en bij de hond zal de interesse voor fietsers en trimmer ophouden te bestaan.
9. De hond en zijn behoeftes.
De hond mag zijn behoefte alleen maar op een vastgestelde plaats doen. Als het u lukt om een pup huiszindelijke te maken dan zal dat buiten ook wel lukken. Leer de hond dat hij zijn behoeftes op die plekken doet waar hij dat mag. Indien de ontlasting hinder veroorzaakt voor mens en dier, ruim deze dan op, neem altijd een boterhammenzakje of iets dergelijks mee. Als de hond zijn behoefte heeft gedaan en de baas heeft opgeruimd dan is er tijd om met hem te gaan wandelen of te spelen.
10. De hond en cursussen.
Het is heel verstandig om met een pup naar een puppycursus te gaan. Hier wordt aan baas en hond geleerd welke commando’s er in de kynologie worden gebruikt en hoe ze uitgevoerd moeten worden. Er zijn na deze cursus nog diverse andere cursussen waar baas en hond veel plezier mee kunnen hebben b.v. elementaire gehoorzaamheid, vervolg elementaire gehoorzaamheid, veldwerk(jacht), behendigheid, flyball of trainingen voor bewakingshond en politiehond.
|